Diagnostiek

Het onderzoek vindt plaats bij een van de vestigingen van Taalspurt. De diagnostiek bij Taalspurt bestaat uit de volgende onderdelen:

Oriënterend gesprek

Voordat wordt overgegaan tot diagnostiek of behandeling wordt altijd een oriënterend gesprek met de ouder(s) /verzorger(s) gevoerd. Dit gesprek is kosteloos. Doel van het oriënterend gesprek is het probleem helder te krijgen. Op basis van intakegegevens wordt besloten of Taalspurt het onderzoek kan verzorgen. Wanneer blijkt dat dit niet het geval is kan Taalspurt doorverwijzen naar andere of meer gespecialiseerde instituten.

Onderzoek

Wanneer bekend is wat onderzocht gaat worden, worden onderzoeksdata afgesproken. Afhankelijk van de leeftijd van het kind wordt het onderzoek over een dag of meerdere dagdelen verspreid. Wanneer er recente gegevens uit andere onderzoeken beschikbaar zijn kan daarvan gebruik worden gemaakt.

Taalspurt kan de volgende onderzoeken uitvoeren:

1. Onderzoek naar de intelligentie
Wanneer de ontwikkeling van een kind anders verloopt dan verwacht is afname van een intelligentie onderzoek zinvol. Met een intelligentieonderzoek kun je niet vaststellen of een kind leerstoornissen heeft als dyslexie of dyscalculie. Ook kan niet worden vastgesteld of een kind autistisch is, ADHD of een andere stoornis heeft. Het intelligentieonderzoek is een instrument waarmee de verstandelijke mogelijkheden van een kind in kaart gebracht kunnen worden. En is vooral bedoeld om meer inzicht te krijgen in de sterke en zwakke kanten van een kind. Intelligentieonderzoek kan aanknopingspunten bieden voor verder onderzoek. Bij het intelligentieonderzoek wordt meestal gebruik gemaakt van de WISC III-NL (Wechser Intelligence Scale For Children) maar soms ook van andere testen.

2. Neuropsychologisch onderzoek
Wanneer de resultaten van het intelligentieonderzoek daartoe aanleiding geven wordt soms besloten tot aanvullende neuropsychologische diagnostiek.

3. Dyslexie onderzoek
Bij het onderzoek naar dyslexie wordt gebruik gemaakt van de richtlijnen uit het protocol dyslexie onderzoek en behandeling (dr. L. Blomert 2006). Met behulp van differentiaal diagnostiek wordt onderzoek verricht naar onderkennende en verklarende factoren. Wanneer uit onderzoek en behandeling blijkt dat de leerling dyslectisch is kan Taalspurt een dyslexieverklaring afgeven.

4. Onderzoek naar andere problemen
Bijvoorbeeld dyscalculie, faalangst, werkhouding enz. Afhankelijk van de hulpvraag wordt besloten welke onderzoeksinstrumenten gebruikt zullen worden. Wanneer dyscalculie is vastgesteld kan Taalspurt een dyscalculie verklaring afgeven.

5. Onderzoek naar sociaal-emotionele problemen die de ontwikkeling van uw kind beïnvloeden.
Bijvoorbeeld: ADHD, autisme of een andere stoornis. Bij dit type onderzoek wordt naast observatie en tests altijd gebruik gemaakt van intakegegevens en vragenlijsten. Observatie, informatie van ouders en leerkrachten, andere tests en vragenlijsten zijn bedoeld om meer inzicht te verschaffen over andere aspecten van de persoonlijkheid van uw kind of de opvoeding- of onderwijssituatie.

Verslag

Nadat het onderzoek is uitgevoerd wordt een verslag opgesteld. Aan het einde van ieder verslag wordt een handelingsgericht advies geformuleerd.

Adviesgesprek

Het verslag wordt altijd met de opdrachtgever besproken. Indien gewenst wordt het onderzoek ook met de school besproken.

Categorie: